REE - Halton Rex koelplafondunit

Halton Rex Exposed

Halton Rex Exposed - Adaptable active chilled beam for exposed installation

The Halton Rex Exposed active chilled beam is fully adaptable for customised design solutions. Sensors and lights are easy to integrate into the unit. Halton Rex Exposed offers improved capacity* and is easy to install.

*compared to Halton CCE

  • Gecombineerde unit voor koeling, verwarming en ventilatie, voor opbouwmontage
  • Ingebouwde flexibiliteit voor makkelijke en snelle aanpassing van de werking bij verandering van ruimte-indeling en -gebruik
    • Afzonderlijk instelbare luchtsnelheden dankzij de HVC-regeling (Halton Velocity Control) 
    • Aanpassing van luchtsnelheden dankzij de HVC-regeling bij verplaatsing van scheidingswanden
    • Instelbaar toevoerluchtdebiet d.m.v. de HAQ-regeling (Halton Air Quality), voor aanpassing bij veranderingen aan de indeling van de ruimte
  • Mogelijkheid tot selectie uit een aantal designs 

Productmodellen en accessoires

  • Model met gecombineerde koel- en verwarmingsbatterij 
  • Modellen met handmatige en gemotoriseerde HAQ-regeling en met mogelijkheid tot latere motorisering
  • Kabelgoot, kanaalafdekplaat, geïntegreerde regelkleppen en actuatoren als accessoires 
     

Halton’s koelplafondunits zijn Eurovent Certita-gecertificeerd.

Link to Certifkate

De unit is een actieve koelplafondunit met tweezijdige luchttoevoer, ontworpen voor opbouwmontage.
Het frontpaneel kan zonder speciaal gereedschap aan beide kanten worden geopend en verwijderd.

De koelplafondunit is 414 mm breed en 182 mm hoog, met een diameter van 125 mm voor het inlaatkanaal.

De koelplafondunit kan worden uitgerust met een kanaalafdekplaat om de kanaalaansluiting en de leidinginstallaties af te dekken (optioneel).

Het frontpaneel en de zijpanelen zijn vervaardigd uit voorgecoate gegalvaniseerde staalplaat (wit, RAL 9010).
Alle zichtbare onderdelen kunnen worden gecoat in speciale kleuren (RAL xxxx).

Het primaire-luchtdebiet kan, binnen een ruim bereik, worden ingesteld met behulp van een afzonderlijke toevoerluchtunit van de koelplafondunit. De instelling van het luchtdebiet heeft geen invloed op het geïnduceerde luchtdebiet door de batterij. Het geïnduceerde omgevingsluchtdebiet kan handmatig op drie posities worden ingesteld zonder het primaire-luchtdebiet te beïnvloeden.

Het toevoerluchtdebiet kan handmatig worden ingesteld d.m.v. een regelklep of er kan een actuator worden voorzien voor vraaggestuurde regeling van het debiet (optioneel).
De regeling van het toevoerluchtdebiet heeft geen invloed op het koel- en verwarmingsvermogen van de batterijen.
De koelplafondunit met instelbaar luchtdebiet heeft slechts één kanaalaansluiting.
Het aanzicht van de koelplafondunits met constant luchtdebiet en met instelbaar luchtdebiet is identiek.

De koelplafondunit kan worden uitgerust met een kabelgoot (optioneel).

Alle leidingen zijn vervaardigd uit koperbuizen met een wanddikte van 0,9 - 1,0 mm. De warmtewisselaar voor de koeling bestaat uit zes leidingen van 15 mm die in serie zijn aangesloten. De vinnen van de warmtewisselaar zijn vervaardigd uit aluminium. De verwarming is in de warmtewisselaar geïntegreerd via twee serieel aangesloten leidingen van 10 mm. Alle verbindingen zijn in de fabriek onder druk getest.

De maximale bedrijfsdruk van de leidingen bedraagt 1,0 MPa bij 70 °C.
Elke koelplafondunit wordt beschermd d.m.v. een verwijderbare plastic folie. Kanaalaansluiting- en leidinguiteinden zijn afgedicht voor transport.
Elke koelplafondunit kan worden geïdentificeerd aan de hand van een serienummer gedrukt op een label dat op de koelplafondunit is aangebracht.
 

Halton Rex Exposed

REE - aanpasbare, actieve koelplafondunit voor opbouwmontage

  • Gecombineerde unit voor koeling, verwarming en ventilatie, voor opbouwmontage
  • Ingebouwde flexibiliteit voor makkelijke en snelle aanpassing van de werking bij verandering van ruimte-indeling en -gebruik
    • Afzonderlijk instelbare luchtsnelheden dankzij de HVC-regeling (Halton Velocity Control) 
    • Aanpassing van luchtsnelheden dankzij de HVC-regeling bij verplaatsing van scheidingswanden
    • Instelbaar toevoerluchtdebiet d.m.v. de HAQ-regeling (Halton Air Quality), voor aanpassing bij veranderingen aan de indeling van de ruimte
  • Mogelijkheid tot selectie uit een aantal designs 

Productmodellen en accessoires

  • Model met gecombineerde koel- en verwarmingsbatterij 
  • Modellen met handmatige en gemotoriseerde HAQ-regeling en met mogelijkheid tot latere motorisering
  • Kabelgoot, kanaalafdekplaat, geïntegreerde regelkleppen en actuatoren als accessoires 

Halton’s koelplafondunits zijn Eurovent Certita-gecertificeerd.

Link to Certifkate

Afmetingen en gewicht

 

Aansluitingstypes, lucht en water 

 

 

Fig.1.   Lucht- en wateraansluitingen aan hetzelfde uiteinde
            (CT = S)          

  

 

 

 

Fig.2.   Wateraansluitingen aan het tegenoverliggende uiteinde
           (CT = O)  

 

 

 Lengte, L (mm)  1200, +100, ..., 4800
 Batterijlengte (mm)  900, +100, ..., 4500
 Gewicht (kg/m, zonder water)  16


Opmerking: 
Koelplafondunits van meer dan 2 400 mm lang zijn voorzien van een frontpaneel bestaande uit twee gelijke delen voor aanzichtopties VA = RO, RR, AO of AR. Voor aanzichtoptie VA = SO bestaat het frontpaneel altijd uit één deel. 
 

Kleppen
 

 
 

 

Kabelgoot 

Length of the cable tray = 650 mm less than length of the beam.

Materiaal

 Onderdeel  Materiaal  Afwerking  Opmerking
 Frontpaneel  Voorgecoat
 gegalvaniseerd
 staal
 Polyester-poedercoating,
 wit (RAL 9010/
 glansgraad 20 %)
 Speciale kleuren verkrijgbaar,
 polyesterepoxy-coating
 Kanaalafdekplaat  Voorgecoat
 gegalvaniseerd
 staal
 Polyester-poedercoating,
 wit (RAL 9010/
 glansgraad 20 %)
 Speciale kleuren verkrijgbaar,
 polyesterepoxy-coating
 Eindpanelen  Gegalvaniseerd
​​​​​​​ staal
 Polyesterepoxy-coating,
 wit (RAL 9010/
​​​​​​​ glansgraad 20 %)
 Speciale kleuren verkrijgbaar,
 polyesterepoxy-coating
 Kabelgoot  Voorgecoat
 gegalvaniseerd
​​​​​​​ staal
 Polyester-poedercoating,
 wit (RAL 9010/
​​​​​​​ glansgraad 20 %)
 Speciale kleuren verkrijgbaar,
 polyesterepoxy-coating
 Toevoerplenum  Gegalvaniseerd
​​​​​​​ staal
   
 Beugels  Gegalvaniseerd
​​​​​​​ staal
 Polyesterepoxy-coating,
 wit (RAL 9010/
​​​​​​​ glansgraad 20 %)
 Speciale kleuren verkrijgbaar
 Batterijleidingen  Koper    
 Batterijvinnen  Aluminium    


De koel-/verwarmingsleidingaansluitingen zijn vervaardigd uit Cu15/Cu10 met een wanddikte van 0,9 - 1,0 mm, overeenkomstig de eisen van de Europese norm EN 1057:1996. 

De maximale bedrijfsdruk van de koel-/verwarmingswaterkring bedraagt 1,0 Mpa bij 70 °C.

Accessoires

 Accessoire   Code  Beschrivjing  Opmerking
 Gecombineerde
 koelen
 verwarmingsbatterij
TC = H  Batterij met 
 warmwatercirculatie
 Koperen koel-/verwarmings-
 leidingaansluitingen 
 met Ø 15/10 mm
 Koelbatterij 
 met ontluchter
TC = CV  Batterij met 
 koelwatercirculatie
 Koperen
 koelleidingaansluiting 
 met Ø 15 mm
 Gecombineerde koel-
 en verwarmingsbatterij
 met ontluchters
TC = HV  Batterij met warm- en
 koelwatercirculatie
 Koperen koel-/verwarmings-
 leidingaansluitingen 
 met Ø 15/10 mm
 Halton Air Quality
 regeling
 (HAQ regelunit)
AQ = MA  Handbediening  Gesitueerd
 in het niet-verbonden
 uiteinde
 van de unit
  AQ = MO  Gemotoriseerde
 werking
 Voeding 24 VAC
 Stuursignaal
 0...10 VDC
 
  AQ = RE  Uitsparing voor 
 latere motorisering
 van HAQ
 Voor latere motorisering
 is HAQ-montage
 achteraf mogelijk
 Aanzichtoptie  VA =
zie tab
Ordercode 
 Voor aanzichtopties
 Zie fig. 1 - 5
 Voor de geselecteerde
 opties gelden dezelfde
prestatiegegevens 
 en afmetingen.
 Regelkleppen 
 en actuatoren
  CV =
zie tab
Ordercode 
 Zie Regelkleppen 
 en actuatoren 
 hieronder
 (tabel en 
 fig. 6 - 7)

 Fabrieksmontage slechts
 mogelijk als lucht- en 
 wateraansluitingen zich aan 
 hetzelfde uiteinde bevinden
 (CT = S)

 Kabelgoot   AC = KH  Voorgecoat
 Zie Fig.8.
 Lengte van de kabelgoot 
 = koelplafondunit - 650 mm
 
 Kanaalafdekplaat
 Subproduct,
 DCB
 Zelfdragende
 afdekplaat.
 Montagebeugels zijn 
 overbodig
 Zie fig. 9..
 Verkrijgbaar als maatoplossing.
 Neem contact op met onze
 verkoopafdeling
.

 

 

Aanzichtopties (VA) 


Fig.1.  
Afgerond, ovale perforatie (RO)


Fig.2. 
Afgerond, ronde perforatie (RR)

 


Fig.3. 
Hoekig, ovale perforatie (AO)



Fig.4.  Hoekig, ronde perforatie (AR)

 



Fig.5.  Vierkant met vast frontpaneel, ovale perforatie (SO) 

 

 

Regelkleppen en actuatoren  

 Code

 Klep  Actuator
   Naam  Type  Naam  Type  Spanning
 DR1  RA-C  Instelbare kv-waarde  TWA-A  N/A -
 DR2  RA-C  Instelbare kv-waarde  TWA-A  Aan/Uit,
 normaal
 gesloten
 24V AC/DC
 DR3  RA-C  Instelbare kv-waarde  TWA-A  Aan/Uit,
 normaal
 gesloten
 230V AC
 DA1  AB-QM  Constant luchtvolume,
 met testdoppen
 TWA-Z  N/A -
 DA2  AB-QM  Constant luchtvolume,
 met testdoppen
 TWA-Z  Aan/Uit,
 normaal
 gesloten
 24V AC/DC
 DA3  AB-QM  Constant luchtvolume,
 met testdoppen
 TWA-Z  Aan/Uit,
 normaal
 esloten
 230V AC


Grootte van klep: Koeling = Ø15 / Verwarming = Ø10
Lengte van kabel voor actuator: 1,2 m

 


Fig.6. Standaardpositie voor kleppen (voorgemonteerd)

 



Fig.7. Standaardpositie voor kleppen (voorgemonteerd)

 

Kabelgoot


Fig.8. Kabelgoot in positie

Kanaalafdekplaat


Fig.9. Kanaalafdekplaat gemonteerd op koelplafondunit

Werking

De Halton Rex Exposed-unit is een actieve koelplafondunit ontworpen voor opbouwmontage.

De primaire toevoerlucht stroomt het plenum van de actieve koelplafondunit in. Vandaar wordt ze via nozzels en toevoerspleten aan de bovenkant van de unit in de ruimte verspreid. De luchtstromen die door de nozzels de ruimte worden ingeblazen, zorgen voor een efficiënte inductie van de omgevingslucht door de warmtewisselaar, waar deze wordt gekoeld of verwarmd. De toevoerlucht stroomt horizontaal langs het plafondoppervlak. We raden aan de unit op minstens 600 mm van de wand en op minstens 100 mm van het plafond te monteren.

De toevoerlucht kan bovendien naar het plafond worden geblazen via het luchtrooster van de Halton Air Quality-regelunit gesitueerd aan de achterzijde bovenop de koelplafondunit.

Snelheidsregeling in de leefzone

Wanneer de indeling van de ruimte wordt veranderd (bijvoorbeeld wanneer zich naast de koelplafondunit een scheidingswand bevindt) of wanneer plaatselijke individuele luchtsnelheden moeten worden bijgesteld, kunnen de luchtsnelheden in de ruimte worden aangepast met behulp van de Halton Velocity Control (HVC). De HVC-inregeling heeft invloed op de geïnduceerde omgevingslucht die door de warmtewisselaar stroomt: ze verhoogt of verlaagt zowel de luchtsnelheden in de leefzone als het koel-/verwarmingsvermogen van de koelplafondunit.

Met Halton Velocity Control kan de luchtsnelheid handmatig op een van de volgende posities (fig. 1 en 2) worden ingesteld: 1 = gesmoord, 2 = halfopen en 3 = volledig open. Het HVC-systeem bestaat uit verschillende gedeelten, zodat de voorwaarden in verschillende delen van de leefzone kunnen worden ingesteld. Afhankelijk van de lengte van de koelplafondunit worden optimale HVC-modulelengten tussen 500 en 1 400 mm gebruikt.

Het verdient aanbeveling de koelplafondunit in de halfopen positie te ontwerpen, zodat zowel de gesmoorde als de volledig open positie mogelijk is gedurende de levenscyclus van het gebouw.
 

Fig.1.  Zijaanzicht Halton Velocity Control (HVC)


Pos. 1 = Gesmoorde positie  Pos. 2 = Halfpen positie         Pos. 3 = Voll open positie
 

Fig.2. Bovenaanzicht Halton Velocity Control (HVC)


Pos. 1 = Gesmoorde positie  / Pos. 2 = Halfopen  positie / Pos. 3 = Volledig positie
 

Inregeling en sturing van de luchtstroom

Het toevoerluchtdebiet van de koelplafondunit-nozzeljets is afhankelijk van de effectieve lengte, het nozzeltype en de statische druk, die bijvoorbeeld met behulp van een luchtregelklep (bijv. PTS) kan worden ingeregeld.

De optionele Halton Air Quality-regeling (HAQ) wordt gebruikt om het debiet van de toegevoerde lucht in de ruimte in te regelen en/of te sturen. De luchtstroom is afhankelijk van de openingspositie van de regelklep en de statische druk.

 

Halton Air Quality (HAQ)


Fig.3.  Gemotoriseerde regelklep (HAQ)

De regeling van het luchtdebiet is noodzakelijk als er veranderingen aan de indeling of het gebruik van de ruimte worden aangebracht (bijv. wanneer een kantoorruimte tot vergaderruimte wordt omgevormd). Het luchtdebiet kan met de hand worden aangepast of automatisch, op basis van de vraag, d.m.v. een gemotoriseerde regelklep (fig. 3). De actuator kan worden gestuurd door een ruimteregelaar (niet inbegrepen) d.m.v. een stuursignaal van 0-10 VDC.

Een koelplafondunit uitgerust met een handmatige HAQ-regeling kan later met een gemotoriseerde vraaggestuurde regeling worden uitgerust door de HAQ-regelunit te vervangen en de voeding en het stuursignaal van een ruimteregelaar met de actuator te verbinden.

Het verdient aanbeveling de koelplafondunits op een kanaalzone met constante druk aan te sluiten wanneer 

  • de HAQ-regeling geen invloed heeft op het nozzeljet-luchtdebiet 
  • de HAQ-regeling geen invloed heeft op het koel- of het verwarmingsvermogen van de batterijen
  • de HAQ-regeling geen significante invloed heeft op de kanaaldruk, noch op de luchtdebietregeling van andere koelplafondunits in dezelfde kanaalzone. 

De vraaggestuurde luchtkwaliteitregeling en de regeling van de omgevingstemperatuur kunnen afzonderlijk worden uitgevoerd.
Het aanzicht van verschillende units – met constant, instelbaar of variabel luchtdebiet – is identiek.

Het primaire-luchtdebiet in de ruimte wordt ingeregeld d.m.v. de positie van de Halton Air Quality-regelunit en de selectie van de vereiste nozzelmaat voor de koelplafondunit. De luchtstroomregelklep (bijv. Halton PTS) kan voor de balancering van de luchtstroom worden gebruikt.

Als een gemotoriseerde Halton Air Quality-regelunit (HAQ) wordt gebruikt, worden de maximale en minimale luchtdebieten d.m.v. de slagbegrenzers van de regelklep ingeregeld. In dit geval wordt de luchtstroomregelklep (bijv. Halton PTS) niet aanbevolen voor het balanceren van het luchtdebiet.

Er zijn vijf verschillende nozzelmaten verkrijgbaar om het minimale toevoerluchtdebiet van de koelplafondunit te kunnen halen in een typische ruimtemodule. Door gelijksoortige units (wat lengte of nozzeltype betreft) te gebruiken, wordt een efficiënte ingebruikname van het systeem verzekerd.

Het primaire-luchtdebiet van iedere unit wordt tijdens de installatie en ingebruikname met behulp van de Halton Air Quality-regelunit ingeregeld. De nozzels van de koelplafondunit hoeven niet te worden gewijzigd of afgedicht.

Met de Halton Air Quality-regelunit kan het luchtdebiet van een koelplafondunit tevens worden verhoogd, bijv. om aan de ventilatievereisten in vergaderruimten te voldoen (tot 4 l/s per m², onder 35 dB(A)).

De regeling van de luchtstroom kan op het CO2-gehalte worden gebaseerd. Alternatief kunnen zowel de lucht- als de waterstroom op basis van de temperatuur worden geregeld in twee sequenties. In dat geval wordt het luchtdebiet gemoduleerd in de eerste sequentie, en als de temperatuur de geselecteerde instelwaarde overschrijdt, wordt de waterklep geopend.
 

Regeling van het koel- en verwarmingsvermogen

De koelplafondunit kan in de fabriek worden uitgerust met een instelbare kv-regelklep (RA-C) of een drukonafhankelijke regelklep (AB-QM). De AB-QM werkt met een instelbare maximumbegrenzing voor het waterdebiet en een drukverschilmeting die verzekert dat het drukverschil (min. 16 kPa) voldoende is voor een correcte werking. Beide regelkleppen kunnen met een thermische aan/uit-actuator worden uitgerust. Zie ook Accessoires voor meer informatie.

In verwarmingsmodus wordt een verschil van maximaal 3 °C aanbevolen tussen de temperatuur van de toegevoerde en de omgevingslucht. De temperatuur van het naar de warmtewisselaar gevoerde water mag niet meer dan 35 °C bedragen. Voor een optimale verwarming moet het voorziene primaire-luchtdebiet worden bereikt. Tijdens de verwarmingsperiodes zal de luchtbehandelingunit werken om een doeltreffende verwarming te garanderen.

Montage

De Halton Rex Exposed-unit is geschikt voor opbouwmontage tegen het plafond, gewoonlijk in de lengterichting van de ruimte. We raden aan de koelplafondunit minstens 600 mm van de wand en 100 mm van het plafond te monteren. De plafondbeugels van de koelplafondunit kunnen rechtstreeks aan het plafondoppervlak worden bevestigd, of kunnen met behulp van schroefstangen (8 mm) worden opgehangen. Het verdient aanbeveling de beugels op een afstand van een kwart van de unitlengte (L/4) van het uiteinde van de koelplafondunit te positioneren.

Monteer de hoofdleidingen van de koel- en verwarmingskringen boven het niveau van de koelplafondunit, zodat de leidingen kunnen worden ontlucht.

Aansluiting van de gemotoriseerde HAQ-regeling (Halton Air Quality-regelunit):
Voeding 24 VAC
Stuursignaal 0 ... 10 VDC

 

Montage met behulp van beugels


Fig.1. 
De koelplafondunits worden bevestigd door deze op de plafondbeugels te klikken.
          Controleer of alle bevestigingspunten correct in de bevestigingssleuven zijn vastgeklikt..


Montage van de kanaalafdekplaat

Wanneer de lengte van de kanaalafdekplaat minder dan 600 mm bedraagt, kan deze worden gemonteerd door ze aan de Halton Rex Exposed-koelplafondunit op te hangen (fig. 3.). Langere kanaalafdekplaten moeten ofwel op de wand (fig. 4.) worden bevestigd of d.m.v. in het plafond gemonteerde schroefstangen (fig. 5.).


Fig.2. Bevestiging van de kanaalafdekplaat

Codebeschrijving:
1.     Blindklinkmoer (2 stuks)
2.     Bevestigingsplaat
3.     Schroef (4 stuks)
4.     Kanaalafdekplaat

Bij bevestiging van de kanaalafdekplaat:
Plaats eerst twee blindklinkmoeren (onderdeel 1) in de openingen van de eindplaat
Bevestig de schroeven (2 stuks, onderdeel 3) losjes op de rubberen moeren.
Schuif de bevestigingsplaat tot op de juiste positie
Draai de schroeven (onderdeel 3) aan
Monteer de kanaalafdekplaat (onderdeel 4) en draai de schroeven (2 stuks, onderdeel 3) aan 


Fig.3. Kanaalafdekplaat bevestigd op de Halton Rex Exposed


Fig.4. Kanaalafdekplaat bevestigd op de wand
 


Fig.5. Bevestiging van de kanaalafdekplaat met in het plafond gemonteerde schroefstangen.
          Na de correcte plaatsing van de plafondbeugel kan de afdekplaat in de juiste positie
          worden geplaatst door het bevestigingsstuk te plooien zoals hierboven weergegeven (pijlen).

Inregeling

 

Koeling

Het aanbevolen koelwaterdebiet bedraagt 0,02 – 0,10 kg/s, wat tot een temperatuurstijging van 1 - 4 °C in de warmtewisselaar leidt. Om condensatie te vermijden, wordt een toevoerwatertemperatuur van 14 - 16 °C aanbevolen voor de warmtewisselaar.
 

Verwarming

Het aanbevolen verwarmingswaterdebiet bedraagt 0,01 - 0,04 kg/s, wat tot een temperatuurdaling van 5 - 15 °C in de warmtewisselaar leidt. De aanbevolen temperatuur van het toevoerwater voor de warmtewisselaar bedraagt 35 - 45 °C.
 

Balancering en regeling van waterdebieten

Het waterdebiet van de Halton Rex Exposed-koelplafondunit wordt met behulp van de RA-C-regelklep ingesteld door de vereiste kv-waarde in het klephuis te selecteren. Bij gebruik van een automatische combinatieregelklep AB-QM dient het vereiste waterdebiet in het klephuis ingesteld te worden en moet het drukverschil (min. 7,5  kPa) tussen de meetnippels van de klep worden gecontroleerd. Het drukverschil over de klep moet 16 kPa bedragen voor een correcte werking. Het koel- en verwarmingsvermogen van de koelplafondunit wordt ingesteld door het waterdebiet te regelen.
 

Inregeling van het toevoerluchtdebiet

Iedere Halton Rex Exposed-koelplafondunit is voorzien van een meetnippel voor de meting van de statische druk, zodat het toevoerluchtdebiet in het effectieve deel van de unit snel en nauwkeurig kan worden gemeten. Het luchtdebiet wordt berekend aan de hand van de onderstaande formules.

Totaal luchtdebiet (qv)

       


qv        Totaal luchtdebiet, l/s of m3/h
qv1       Luchtdebiet nozzeljet, l/s of m3/h
qv2       Luchtdebiet luchtkwaliteitregelrooster, l/s of m3/h

 

Luchtdebiet nozzeljet  (qv1)

    

l eff          Lengte van de batterij [m]
Δpm      Gemeten statische druk [Pa] 

Nozzel k (l/s) k (m3/h)
A 0.71 2.56
B 0,99 3,56
C 1,36 4,90
D 2.09 7,52
E 3,33 11,99


Het toevoerluchtdebiet van de Halton Air Quality-regelunit wordt bepaald door de statische druk van de Halton Rex Exposed-koelplafondunit te meten en de openingspositie van de HAQ-unit af te lezen. Het luchtdebiet wordt berekend aan de hand van de onderstaande formule.

Luchtdebiet luchtkwaliteitregelrooster   (qv2)

                 HAQ positie
Δpm             Gemeten statische druk  [Pa]

k (l/s) k (m3/h)
0.17 0.61
 


Inregeling van de luchtstroom voor toepassingen met constant luchtdebiet

Handmatige Halton Air Quality-regeling (HAQ)

Bepaal de HAQ-positie in millimeter overeenkomstig het luchtdebiet bij het actuele drukniveau.

De HAQ-inregeling gebeurt handmatig met behulp van de positieschaal door de opening van de unit in te stellen. Het is mogelijk de opening in millimeter op de positieschaal te controleren.

Om een nauwkeurige instelling te verzekeren, raden we aan de HAQ-positie aan te passen en tezelfdertijd met behulp van een manometer de druk af te lezen tot de beoogde waarde bereikt is.

 

Inregeling van het luchtdebiet voor toepassingen met variabele luchtstroom

Gemotoriseerde Halton Air Quality-regeling (HAQ)

Codebeschrijving
1.  Actuatorvrijgave 
2.  Begrenzing van de max. opening
3.  Begrenzing van de min. opening
4.  Kartelschroef (2 stuks)

Schakel de voeding van de actuator uit.

Plaats de actuator in de tijdelijke opheffingspositie door middel van de knopvrijgave.

Bepaal de maximum- en minimumposities, uitgedrukt in millimeter, die overeenstemmen met de maximale en minimale luchtdebieten bij het actuele drukniveau. De maximum- en minimumposities worden ingesteld met twee binnenzeskant-stelschroeven (zie figuur hierboven, punten 2 en 3). Het is mogelijk de opening in millimeter op de positieschaal te controleren.

Schakel de voeding (24 VAC) van de actuator in. De actuator zorgt automatisch voor het kalibreren van de minimum- en maximumposities overeenkomstig de ingestelde grenzen.

Daarna kan de actuator worden gestuurd d.m.v. een 0...10 VDC-stuursignaal. (0 VDC = min. positie, 10 VDC = max. positie).

Onderhoud

Key
1.      Front panel
2.      Supply air connection
3.      Chilled water pipe connections
4.      Heating water pipe connections
5.      Control valves and actuators
6.      Halton Air Quality control (HAQ)
7.      Halton Velocity control (HVC)
8.      Cable tray

Open the front panel of Halton Rex Exposed. In beams longer than 2400 mm, the front panel can be opened in two sections.
Clean the supply air plenum, duct, and finned coils of the heat exchanger using a vacuum cleaner, taking care not to damage the finned coils. Clean the front panel and, if necessary, the side plates with a damp cloth.

Open the access panel, and check at regular intervals that the airflow adjustment damper (if applicable) and water flow control valves are working.

The air quality control (HAQ) damper actuator can be accessed from on top of the chilled beam for service, if required.

Beschrijving

De unit is een actieve koelplafondunit met tweezijdige luchttoevoer, ontworpen voor opbouwmontage.
Het frontpaneel kan zonder speciaal gereedschap aan beide kanten worden geopend en verwijderd.

De koelplafondunit is 414 mm breed en 182 mm hoog, met een diameter van 125 mm voor het inlaatkanaal.

De koelplafondunit kan worden uitgerust met een kanaalafdekplaat om de kanaalaansluiting en de leidinginstallaties af te dekken (optioneel).

Het frontpaneel en de zijpanelen zijn vervaardigd uit voorgecoate gegalvaniseerde staalplaat (wit, RAL 9010).
Alle zichtbare onderdelen kunnen worden gecoat in speciale kleuren (RAL xxxx).

Het primaire-luchtdebiet kan, binnen een ruim bereik, worden ingesteld met behulp van een afzonderlijke toevoerluchtunit van de koelplafondunit. De instelling van het luchtdebiet heeft geen invloed op het geïnduceerde luchtdebiet door de batterij. Het geïnduceerde omgevingsluchtdebiet kan handmatig op drie posities worden ingesteld zonder het primaire-luchtdebiet te beïnvloeden.

Het toevoerluchtdebiet kan handmatig worden ingesteld d.m.v. een regelklep of er kan een actuator worden voorzien voor vraaggestuurde regeling van het debiet (optioneel).
De regeling van het toevoerluchtdebiet heeft geen invloed op het koel- en verwarmingsvermogen van de batterijen.
De koelplafondunit met instelbaar luchtdebiet heeft slechts één kanaalaansluiting.
Het aanzicht van de koelplafondunits met constant luchtdebiet en met instelbaar luchtdebiet is identiek.

De koelplafondunit kan worden uitgerust met een kabelgoot (optioneel).

Alle leidingen zijn vervaardigd uit koperbuizen met een wanddikte van 0,9 - 1,0 mm. De warmtewisselaar voor de koeling bestaat uit zes leidingen van 15 mm die in serie zijn aangesloten. De vinnen van de warmtewisselaar zijn vervaardigd uit aluminium. De verwarming is in de warmtewisselaar geïntegreerd via twee serieel aangesloten leidingen van 10 mm. Alle verbindingen zijn in de fabriek onder druk getest.

De maximale bedrijfsdruk van de leidingen bedraagt 1,0 MPa bij 70 °C.
Elke koelplafondunit wordt beschermd d.m.v. een verwijderbare plastic folie. Kanaalaansluiting- en leidinguiteinden zijn afgedicht voor transport.
Elke koelplafondunit kan worden geïdentificeerd aan de hand van een serienummer gedrukt op een label dat op de koelplafondunit is aangebracht.
 

Ordercode

REE/S-L-C, TC-CT-AQ-VA-CO-CV-AC-ZT

S = Nozzeltype
       A       Nozzel 1
       B       Nozzel 2
       C       Nozzel 3
       D       Nozzel 4
       E       Nozzel 5

 L = Lengte
        1200,+100, …, 4800

C = Effectieve lengte (batteri)
       900, +100, ..., 4500
  

Andere opties en accessoires

TC = Koel-/verwarmingsfuncties (batterijtype)
         C           Koeling
         H           Koeling en verwarming
         CV         Koeling, met ontluchtingskleppen
         HV         Koeling en verwarming, met ontluchtingskleppen

CT  = Aansluitingstype (lucht en water)
          S         Lucht- en wateraansluitingen aan hetzelfde uiteinde
          O         Wateraansluitingen aan tegenoverliggende uiteinde 

AQ = Luchtkwaliteitregeling (HAQ)
          MA        Handmatig
          MO       Gemotoriseerd
          RE        Latere motorisering mogelijk

VA = Aanzichtoptie
          RO         Afgerond, ovale perforatie
          RR         Afgerond, ronde perforatie
          AO         Hoekig, ovale perforatie
          AR         Hoekig, ronde perforatie
          SO         Vierkant met vast frontpaneel, ovale perforatie

CO = Kleur
          W           Wit (RAL9010), standard
           X           Speciale kleur

CV = Regelkleppen en actuatoren
          NA          Niet gemonteerd 
          DR1        RA-C, geen actuator
          DR2        RA-C, actuator TWA-A 24 V, NC
          DR3        RA-C, actuator TWA-A 230 V, NC
          DA1        AB-QM, geen actuator
          DA2        AB-QM, actuator TWA-Z 24 V, NC
          DA3        AB-QM, actuator TWA-Z 230 V, NC

 

AC = Accessoires
          KH          Kabelgoot

ZT = Aangepast product
      
    N            Nee
          Y            Ja  
   

Subproducten

         DCB      Kanaalafdekplaat (koelplafondunit opbouwmontage)
 

Codevoorbeeld

         REE/A-2400-2100, TC=C, CT=S, AQ=MA, VA=RR, CO=W,CV=DR2,AC=KH,ZT=N

Downloads

Halton Rex Exposed (REE) - fr
Type
Datasheet
Taal
Frans (Frankrijk)
Grote
3,9 MB
Eurovent Certification for Chilled Beams
Type
Certificaat
Taal
Engels (Verenigd Koninkrijk)
Grote
1,8 MB